Miniatuur

Woonhuis

Gasthuisstraat 10

Objectnummer: 3530

Van 1837 tot 12 mei 1878 was dit het Gast- en ziekenhuis.
Nadat het nieuwe gasthuis aan de Leijsenhoek in gtebruik was genomen, werd dit pand het woonhuis van de familie S. Fick. Dit bleef zo tot 1965. In 1969 is het pand gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe winkelcentrum Arendshof
Voorgeschiedenis St. Josephziekenhuis aan de Leijsenhoek:
HET ST. JOSEPH ZIEKENHUIS IN OOSTERHOUT.
“Toen er zeven zusters waren is Oosterhout begonnen 1 december 1834”. Deze zin is te lezen in een gedenkboek van de zusters van de Congregatie van Charitas.
Op 1 december 1834 kwamen zeven zusters van het R.K. Gasthuis aan de Haagdijk in Breda naar Oosterhout. Zij vestigden zich in een pand aan de Leijsenhoek 27-29 (in dit pand zijn nu een borduuratelier en een winkel met artikelen voor kunstschilders gevestigd)
foto pand Leysenhoek 27-29
Aanvankelijk gingen de zusters naar de kerk in de St. Jan, maar op enig moment hebben zij in het pand aan de Leysenhoek een kapel ingericht. Deze kapel werd officieel ingewijd door de Bisschop. Dit ging de pastoor van de St. Jan te ver en hij heeft zeven notabelen geïnspireerd om een plan op te zetten om de zusters dienstbaar te maken voor een gasthuis.
Er werd een stichtingsakte opgemaakt die op 27 mei 1837 onder de naam A.W.Smits & Compagnie notarieel werd verleden voor notaris Van Weel. Er werd een huis aan de huidige Gasthuisstraat gekocht en daarin begon het eerste Gasthuis. Doel was zieken en gebrekkigen op te nemen en te verzorgen. De zusters verbleven hier tot 1878.
foto Gasthuis aan de Gasthuisstraat 10
Uit die periode is een incident bekend met de eerwaarde Moeder Trees, nog steeds behorend tot het Moederhuis aan de Haagdijk in Breda. Zij droomde ervan een eigen congregatie op te richten. Er doen zich incidenten voor. Van een incident zijn nog enkele authentieke stukken beschikbaar.
-Een concept schrijven van 24 april 1853 aan het kerkbestuur waarin met
  verontwaardiging te kennen wordt gegeven dat moeder Trees in de nacht
 van 19 op 20 april 1853 heimelijk meubels en andere goederen van het
 gasthuis heeft laten wegvoeren.
-Het verslag van het verhoor over de “stoute beroving” door Moeder Trees.
-Een uitvoerige beschrijving van de grieven tegen Moeder Trees.
-Een lijst van eischen tegen Moeder Trees.
Een en ander ontaardde in een hooglopende ruzie. De Bisschop werd ingeschakeld en uiteindelijk resulteerde het geheel in een scheiding tussen de zusters in Oosterhout en de congregatie in Breda.
foto moeder Trees.
Uiteindelijk werd door toedoen van deze Moeder Trees  (Zr. Theresia, geboren in Leuven op 5 september 1797 als Barbara Saelmaeckers en overleden in Steenbergen op 29 juli 1886) een nieuwe orde gesticht die thans nog bestaat onder de naam Penitenten-Recollectinen “Congregatie van Charitas” met het moederhuis in Roosendaal. Moeder Trees was daar algemeen overste van 1845 tot 1868. Deze zusters hebben tot in de jaren 70 nog in het ziekenhuis in Oosterhout gewerkt.
Dit alles heeft ertoe geleid dat de in 1937 opgerichte stichting werd ontbonden. Er kwam op 16 december 1845 een nieuwe akte. Het huis en de inboedel van het pand aan de Gasthuisstraat gaan om niet naar de parochie St. Jan te Oosterhout. Voor de nieuwe stichting worden regenten benoemd.  De pastoor van de Parochie St. Jan blijft steeds de voorzitter van het regentencollege. Deze situatie bleef bestaan tot 1963.
Het gasthuis groeide gestaag, er werden veel legaten geschonken en zo kon in 1875 begonnen worden met de bouw van een geheel nieuw gasthuis aan de Leijsenhoek. Het eerste gedeelte werd in 1878 in gebruik genomen. Er is een tekening beschikbaar van een architect uit Brussel die kennelijk het eerste ontwerp heeft gemaakt. Of dit uiteindelijk ook het gasthuis is geworden is niet te achterhalen.
foto gedeelte 1e ontwerptekening
De inkomsten van het gasthuis bestonden voornamelijk uit giften en legaten. Elk jaar reed een kar langs alle boeren van de gemeente Oosterhout. Er werden aardappelen, spek, eieren, knolrapen, granen, rogge en tarwe opgehaald. Verder was er de gemeentelijke bijdrage voor armlastige verpleegden, de pensiongelden, de jaarlijkse collecte langs de huizen en in de kerk de derde schaal voor het gasthuis. Er zijn nog wat financiële gegevens uit de eerste periode beschikbaar.
Het eerste totale financiële jaarverslag dateert uit 1878